• Liturgisch centrum Ontmoetingskerk

  • Inrichting Ontmoetingskerk

  • Inrichting Immanuëlkerk

  • Liturgisch centrum Immanuëlkerk

Kerkomroep

Opnames uit de Ontmoetingskerk.
Opnamedatum wordt hieronder twee keer getoond: de ene is met video, de andere alleen met geluid.

----------------------
Privacy Verklaring

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Hij die elke dag naar onze naam vraagt

Lucas wil ons vanmorgen duidelijk maken, dat voor Jezus geen zee te hoog gaat. Eerst laat hij dit letterlijk zien, wanneer Hij de storm temt, als Hij met zijn discipelen in een wankel bootje, zo stel ik me voor, het meer van Tiberias oversteekt. Hij moet daarvoor zelfs wakker gemaakt worden, zo rustig lag Hij te slapen. Ons bijbel-gedeelte van vanmorgen volgt hierop. De vraag van de leerlingen “Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het water zijn bevelen gehoorzamen?” echo’ t bij wijze van spreken nog na.

Jezus vaart met Zijn leerlingen naar de overkant naar een gebied van de Gerasenen. Voor de Israëlieten is dit buitenlands gebied: een heidense en onreine streek dus. Als we dan ook nog lezen hoe Jezus een man tegen het lijf loopt, die door een onreine geest bezeten is en woont op een onreine plaats (een kerkhof), is het wel duidelijk: Lucas wil laten zien of Jezus ook deze chaosmachten aankan. En om het nog dreigender te maken: er is ook nog een kudde onreine varkens in de buurt.

Nu Jezus aan wal stapt, wordt hij geconfronteerd met een nieuwe storm: de storm in het hoofd van de bezeten man. Hij heeft geen kleren meer aan en dat betekent meer, dan alleen naakt zijn. Kleren en een mantel zijn symbolen van bescherming, van veiligheid; je drukt er ook je identiteit mee uit: de manier waarop je je kleedt, zegt iets over je. Hij heeft geen huis, geen ruimte waar hij zich beschut voelt. Hij woont tussen de graven; hij leeft nog wel, maar tussen de doden. Eigenlijk is hij al een levende dode. De mensen in de omgeving zullen hem ongetwijfeld gekend hebben. Misschien hebben ze wel hun best gedaan om hem te helpen, maar er was geen beginnen aan. En sterk dat hij was: om het in onze woorden te zeggen: deze zorg mijder eerste klas was niet te fixeren.

Wat mij dan opvalt is, dat Jezus als eerste vraagt naar de naam van de bezeten man. Waarom doet Hij dat? Die man heeft hulp nodig. Wat maakt een naam dan uit. Als iemand dreigt te verdrinken en “help” schreeuwt, roepen wij toch ook niet van de vaste wal terug: “hoe heet je?”. Wij springen in het water om hem eruit te halen; daarna is er nog tijd genoeg om je aan elkaar voor te stellen. Wat het zwaarst is, moet tenslotte het zwaarst wegen. Ja toch?

Maar wat weegt hier het zwaarst? Hoe komt het dat die man doet zoals hij doet. Razend en tierend, zonder kleren aan zijn lijf, ver verwijderd van de bewoonde wereld leeft hij zijn trieste leven. Als hij iets krijgt, maakt hij het kapot; het eten gooit hij op de grond; zijn kleren scheurt hij aan flarden. En dan vragen: “hoe heet je?”. Voor Jezus weegt blijkbaar het zwaarst, dat Hij contact met hem krijgt.

Daar begint het mee, met het vragen naar zijn naam. Want deze bezeten man is zijn naam vergeten. Zijn moeder heeft, toen hij een klein jongetje was, wel duizend keer zijn naam geroepen, als hij thuis moest komen om te eten. Maar dat is al lang geleden. De band met zijn jeugdjaren is doorgesneden. Dat jongetje is dood.
De jongen van wie de meisjes zeiden: daar gaat..- wat zeiden zij toen eigenlijk? Hij weet er niets meer van. Hij is zijn naam kwijt. Hij is zichzelf kwijt. Hij heeft geen adres. Hij woont in graven van naamlozen. Hij is niet meer te bereiken. Hij is niemand. Eigenlijk is hij er nog erger aan toe, dan iemand die in zijn eigen graf ligt. Die heeft in elk geval nog een steen met zijn naam er op. Maar zelfs op het kerkhof heeft hij geen vaste plaats. Voor de dood is hij zelfs nog te min.

Jezus drijft de demonen uit de man en wijst ze hun plaats; daarom verhuizen ze naar varkens, onreine dieren. Hij maakt scheiding tussen de man en de onreine geest. Als eerste teken van zijn nederlaag moet de geest zijn naam prijs geven. Legio, heet hij, zoveel stemmen heeft de man in zijn hoofd. Jezus geeft hem weer aan het leven terug: gekleed en goed bij zijn verstand vinden we hem aan de voeten bij Jezus.
Hij komt tot zichzelf. Hij hoort zijn moeder weer roepen. Hij hoort de meisjes weer over hem praten. Hij staat opnieuw in de samenleving. Hij kan aangesproken worden. Hij is aansprakelijk. Hij kan antwoord geven. Hij is verantwoordelijk. Hij is weer mens!

Daarna wil hij natuurlijk bij Jezus blijven, maar dit wordt hem niet toegestaan. Hij krijgt de opdracht om terug naar huis te gaan en te vertellen over alles wat God voor hem heeft gedaan. Hij doet uiteindelijk veel meer dan dat, zo lezen we: overal in de stad maakt hij bekend wat Jezus voor hem heeft gedaan. Op deze manier is Jezus ook bij hem, misschien nog wel intenser en nadrukkelijker, dan wanneer hij fysiek dichtbij Jezus gebleven zou zijn. Zo is hij in levende lijve en met zijn woorden de verpersoonlijking van één van de sporen die Jezus in de wereld achterlaat.

Nu zou ik amen kunnen zeggen, maar dat doe ik niet. Want ik wil nog aandacht vragen voor iets in dit bijbelgedeelte, wat misschien nog wel veel opvallender is, dan de heel making van de bezeten man. Want snapt u het, wat we lezen in vers 36 en 37: Degenen die alles gezien hadden, vertelden hun hoe de bezetene was gered. En de hele mensenmenigte uit het gebied van de Gerasenen verzocht Jezus hen te verlaten, want angst en ontzetting hadden hen aangegrepen. Hij stapte in de boot om terug te gaan.

Ds. Kees van Ekris zei hierover het volgende in een podcast de afgelopen week en vergeeft u mij het uitgebreide citaat, want ik vind het zo treffend verwoord:
‘Als Storm genezen is, dan komen de dorpelingen kijken. En weet je wat ze zeggen, ga weg, ga weg, U bent van God, U kunt deze demonen temmen. Als U bij ons blijft, dan zullen wij ook moeten veranderen, dan zullen de zwijgende demonen in ons ook uitgedreven worden, maar niet is ons liever dan ons ongestoorde leventje in dit leuke land, dus ga alstublieft weg. Misschien is de wilde mens in ons voor Jezus makkelijker te temmen, dan onze harde wil om niet gestoord te worden in ons prettige leventje. Ik denk dat in heel wat tuintjes van een heleboel levenshuizen een onzichtbaar bord staat: Ga weg, U bent van God, wij zijn verknocht aan het onverstoorbare leven. Wij zullen niet schreeuwen, het is geen oorlog in ons hoofd, wij zijn niet raar. Het is ordelijk en gezellig in ons leven en dat willen we graag zo houden’.

Dit is misschien wel heel kras gezegd, maar het zette mij tot nadenken en ‘wie de schoen past, trekke hem aan’. Maar klopt het niet dat wij mensen een mix zijn verlangend afweren en afwerend verlangen? We willen gezien, gekend worden, misschien zelfs geholpen, maar als iemand te dichtbij komt, komt de afweer en gaan de luikjes dicht. Die dubbelheid of meerdere stemmen zit ook in ons!

Zou datgene waar we over gelezen hebben in Jesaja 65, hier ook geen illustratie van zijn? In vers 1 en 2 lezen we, hoe God zijn uiterste best doet contact met ons te krijgen. Tot tweemaal toe staat er “Hier ben Ik, hier ben Ik’ en met uitgestoken handen staat Hij klaar in de hoop, dat we Zijn handen vastpakken. Maar Gods handen blijven leeg en dit is iets van alle tijden. De geboorte van Jezus is Gods ultieme poging om Zijn aanwezigheid onder onze aandacht te brengen. Opnieuw reikt Hij ons de hand.

Dit doet Hij ook als we zo meteen de Maaltijd van de Heer vieren: zo wil Hij ons tastbaar nabij zijn. Lied 377 zegt dit zo: “Zoals ik ben, kom ik nabij, met niets in handen dan dat Gij mij riep en zelf U gaf voor mij - o Lam van God, ik kom.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen

 

 

 

Kerkdiensten

Zondag 10 juli 2022

Ontmoetingskerk
  • 09:30 ds. M.M.M. Leijdens, Burgh Haamstede

Zondag 17 juli 2022

Ontmoetingskerk
  • 09:30 ds. T. Gaastra

Zondag 24 juli 2022

Ontmoetingskerk
  • 09:30 pastor M. Lems-Groeneweg

Zondag 31 juli 2022

Ontmoetingskerk
  • 09:30 ds. M. Jonker, Houten, RTW

Zondag 7 aug 2022

Ontmoetingskerk
  • 09:30 ds. J. Magliano-Tromp, Den Haag